U ziet maaR
Ik heb niet alle nummers gefilmd hoor, dat het Noord Nederlands Orkest ten gehore bracht in de open lucht aan de oever van het Oldambtmeer ten noorden van Winschoten, maar alleen de leuke.
En dat zijn er toch alweer een flink aantal.
Ik heb niet alle nummers gefilmd hoor, dat het Noord Nederlands Orkest ten gehore bracht in de open lucht aan de oever van het Oldambtmeer ten noorden van Winschoten, maar alleen de leuke.
En dat zijn er toch alweer een flink aantal.
Quandy is een Duitse herder reu van tien jaar.










Op die mooie zomeravond aan de oever van het Oldambtmeer, ten noorden van Winschoten, met het noord Nederlands Orkest op het openluchtpodium, voorzien van zangtalent, nummers van Queen doen.
Ik zat naar mijn zin wel iets te ver van het podium, maar een mens kan nu eenmaal niet alles hebben.
Het geluid is Een feestlied voor Jacques en de beelden betreft Winschoten in de zomer.
Kom op Knas, doe mee met het refrein, ja nu.
We roepen la, we roepen tra, we roepen la, tra, la tra la tra la.
We roepen hoi we roepen hiep, we roepen hoi hiep hoi hiep hoi hiep hoi.
Jacques Plafond is jarig, hij is nu al vier jaar.
We vinden hem zo aardig en zingen daarom maar.
We roepen ra, we roepen hoe, we roepen ra, hoe ra hoe ra hoe ra hoera
We roepen bak, we roepen ge, we roepen bak, ge, bak, ge bak gebak
Jaqueline, je eigen couplet he, dus nu, je eigen couplet ja.
Vandaag is hij mijn vriendje hij heeft zo`n leuke neus.
En ook wipt hij wel anders hij is mijn eigen reus.
We roepen sit, we roepen pro, we roepen sit, pro, sit, pro, sit pro sit
We roepen ray, we roepen hur, we roepen ray, hur, ray hurray hurray
Opgelet nu hoofdinspecteur Falckenbosch, Falckenbosch, zingen.
Plafond die is het varken we vieren varkensfeest.
Het klinkt door alle parken en daarom zeg ik reeds.
En ook het refrein ja, tuurlijk.
We roepen zak, we roepen broek, we roepen zak, broek, zak broek zak broekzak
We roepen flon, we roepen ron, we roepen flon, ronflonflon.
Wilhelmina Kuttje, schiet nou op, kom nou.
Maar Jacues ik zal je krijgen of hebben voor mijn part.
En daarom zal ik zwijgen gedompeld in mijn smart.
We roepen le, we roepen o, we roepen le, o, leole ole ole.
We roepen tja, we roepen hop, we roepen sa, hopsa hopsa hopsa.
Knasterhuis, Knasterhuis, nu jij.
Want Ronflonflon is jarig het vijfde jaar gaat in.
Dat klinkt misschien wel karig maar ja zo`n lief klein ding van vijf is ook maar het begin.
We zingen la, we zingen troe, we zingen hoe la tra hiep hoe la tra hoe la
We zingen lijk, we zingen lee, we zingen hoog vals hard laag hoog hard vals lee lijk.
En dan nu onze eigen Etna Vesvia in de bocht uiteindelijk.
Plafond hij kan me krijgen al is die vier of veertig jaar.
Hij kan bij mij eens flink uithijgen eens voor z`n hele leven klaar.
Heel goed, Etna, dat moeten we met Tataboulou ook een keer zingen.
We zingen werk, we zingen vuur, we zingen werk, vuur, werk vuurwerk vuurwerk.
We zingen del we zingen rel, we zingen del, rel del reldel.
We roepen hiep, we roepen tra, we roepen hiep tra hiep tra hiep tra hiep.
We roepen bak, we roepen hoe, we roepen bak, hoe bak hoebak hoebak.
Fijn aan de wandel, alhier volgen we de beleefroute Slag bij Heiligerlee.










Te beginnen met dat ik zwarte pieten zag, zittende in een koets gaande over een regenachtige Marktplein.
Het carrilion speelt en de molen draait en dan is er eerst de motorpolitie om te kijken of de weg vrij is van obstakels.
En dan volgt de optocht.
En tot mijn verbazing en verrassing maken ze een toch onder mijn balkon door over het Marktplein heen.
Want in tegenstelling tot voorgaande jaren ging de burgemeester hem nu verwelkomen op een podium in de winkelstraat en niet op het Marktplein.
Daarna volgt een iets te lange blik op de kerkstraat, waar vrijwel niks te zien is, en daarna toen er een sirene voorbij kwam en tenslotte een mooie regenboog.
Tenslotte zeg ik, maar daana komt nog een stukje Quandy van afgelopen zondag.
En Winschoten in de nacht als laatste, en helemaal als toegift in de voormalige bibliotheek waarbij ik per ongeluk op het verkeerde knopje drukte.
En alhier de terugbliklink naar vorig jaar.
Dit is Quandy, laatst vroeg een kind aan mij of hij een Duitse Herder is, en dat is hij.










Ik vind dat weken namen moeten hebben.
Net als maanden en dagen.
In een jaar zitten twaalf maanden, en al die maanden hebben een eigen naam.
Tegenwoordig worden maanden ook vaak genummerd, maar daarmee verliezen ze hun naam niet.
Tegenwoordig nummeren ze de weken ook!
Week 46 leven we nu in.
Ik vind dat niks.
Week 46, maand 11.
Dus het is nu zaak om even 52 namen te bedenken voor de 52 weken.
Zo, ehm, begint u maar.